Het
zit er weer op. Tijd voor een terugblik op de afgelopen week die vooral in het
teken stond van de hitte. Herinneringen komen in flashbacks terug, dus aan de
hand van steekwoorden volgt hier een samenvatting van mijn belevenissen in
Nijmegen en omgeving.
Slapen
Ik
kon een stretcher van vrienden lenen waarop een zelfopblaasbaar matrasje en een
slaapzak kwam. Daar sliep ik bovenop, lag lekker zacht en verder alleen een
laken. Het was nl. vrij warm in de bovenste zaal van Wijkcentrum Hatert waar
wij gestationeerd waren.
De
eerste nacht kwam er van slapen echter toch niet zoveel terecht, omdat een
andere wandelgroep tot ver na middernacht aan het keten was. Leuk, als je zelf
om 03.30 uur op moet. Iedereen kwam dus ’s ochtends op de 1e dag
vrij brak z’n bed uit. Je vraagt je echt af wat je in hemelsnaam op dat
tijdstip in een ontbijtzaal doet. Maar goed, ik heb braaf m’n drinkontbijt
opgedronken, kopje thee en een beschuitje erbij. Lunchpakketje gemaakt, daarna
gapend op de fiets en een half uur rijden naar de start. Ik kan je wel
vertellen: op dag 4 weet je niet beter, maar ben je ook blij dat het de laatste
keer is!
Eten
Onmisbaar.
Al kon ik ’s ochtends maar matig ontbijten, binnen een uur zat er daarna alweer
een banaan in en vervolgens ongeveer elke 1,5 uur een boterham, fruit, koek,
komkommer, aardbeien…. noem maar op. Ik heb gegeten als een dijkwerker, ook ’s
avonds – met dank aan de geweldige keukenploeg die elke avond voor een
gevarieerd menu zorgde, klasse!
Op
de informatieborden die regelmatig langs de route stonden, werd ook geadviseerd
op tijd en genoeg te drinken en eten. Als je nl. al dorst of honger hebt, ben
je te laat. Dan wordt je niet lekker, licht in je hoofd, duizelig. Het duurt
ongeveer 10-15 minuten voor je hersens doorkrijgen dat je iets gegeten/gedronken
hebt en je dus verzadigd bent. We hebben er heel wat onderuit zien gaan deze
week, het Rode Kruis heeft het behoorlijk druk gehad.
Ook
dit jaar waren er honderden mensen, jong en oud, die met bakjes komkommer langs
de weg stonden. Of zoute drop, stengels, koekjes, meloenstukjes, kaas, Dextro
enz. enz.
Ik
heb een dame gezien die ook Marsen e.d. aanbood, vraag me af of dat de hitte
overleeft heeft.
Water
Onmisbaar.
Drinken tot het je neus uit komt, het liefst minimaal 2,5 liter. Dat lijkt heel
veel maar daar zit je zo aan, omdat je de hele dag door steeds kleine beetjes
drinkt. En niet alleen water maar ook andere niet-alcoholische drankjes. Thee,
cola, sportdrankjes (alhoewel ik daar alleen maar meer dorst van kreeg),
koffie, soep, bouillon….kortom, drink zoveel als je kunt.
En
was je flesje leeg dan kon je het zo weer bijvullen bij een van de vele
waterpunten die het Nijmeegse waterleidingsbedrijf had geregeld. Of gewoon via
de tuinslang van bewoners langs de kant. Kun je gelijk je petje door een
teiltje water halen om die dan zeiknat weer op je verhitte hoofd te zetten –
heerlijk!
Je
kon op de Wedren ook wel een soort veredelde vaatdoekjes voor 5 euro kopen die
dan de hele dag koel bleven. Maar ik ben een echte Hollandse; waarom geld
uitgeven als je ook een ouwe theedoek nat kunt maken, die ligt ook prima koel
om je nek hoor.
Water
werd ook via sproeiers over de langs marcherende wandelaars gespoten – heerlijk
was dat. Het natspuiten met behulp van waterpistolen werd grotendeels aan de
kinderen overgelaten – die hadden de grootste lol natuurlijk. Nog spannender
werd het toen het korps Politie ZHZ langs liep. Leuk, agentjes natspuiten! Maar
onverwachts sprong een van die uniformen uit het gelid, richtte zijn
meegesmokkelde waterkanon brullend op de kinderen en ging zo een watergevecht
aan. Ik weet niet wat ik leuker vond: die agent die even helemaal uit z’n dak
ging of het verraste gezicht van die kinderen dat ze opeens “aangevallen”
werden door de politie.
Hulpverleners
Wat
hebben zij het druk gehad deze Vierdaagse! Enorm veel blaren moesten er doorgeprikt en
behandeld worden. Vorig jaar kreeg je blaren doordat je sokken nat geregend
waren. Nu liep je letterlijk in je eigen zweet te soppen vanwege de hitte. Ik
kan me zo voorstellen dat er tientallen meters pleister doorheen gegaan zijn.
Ook waren er veel mensen bevangen door de hitte. Achteraf bleek dan vaak dat
het niet kwam omdat men te weinig gedronken had, integendeel. Eerder omdat die
mensen geen trek in eten hadden en dus amper wat hadden gegeten. Er zat bijvoorbeeld
op de Wedren aan het eind van de dag een mevrouw naast me die zich steeds
beroerder ging voelen. Een EHBO-er vroeg haar wat ze allemaal op had die dag.
“Wel
2 liter water hoor!”
“Ja?
En wat heeft u gegeten?”
“Een
appelflap”.
Van
horen zeggen is zij later toch eventjes afgevoerd naar het ziekenhuis om wat op
krachten te komen. Gek hè.
Wij
hadden als lid van de WSV Nooitgedacht het voorrecht om gebruik te mogen maken
van onze eigen EHBO ploeg. ’s Avonds na het eten was er een paar uur voor ons
vrijgemaakt om eventuele blaren te laten behandelen. Een ander deel van de
EHBO-ers gingen naar van tevoren bepaalde locaties om overige leden/wandelaars
te helpen. Dat was echt super, want als je als individuele wandelaar naar de
Eerste Hulp post in het ziekenhuis moest dan was de wachttijd langer dan 2 uur.
Daar zit je echt niet op te wachten na zo’n lange dag!
De
EHBO-ers hadden hun eigen tent bij de rustposten van SWS Dordrecht. Dat was wel
handig, kon je onder het genot van een verkoelend drankje die zweetsokken uit
doen en tegelijkertijd je blaren laten prikken. Ze hebben een hoop werk gehad
en het was super dat ze 5 dagen van hun vrije tijd opofferden om een stel
malloten te helpen die persé 160 km wilden lopen, bedankt!
Militairen
Er
gaat niets boven een peloton lekkere lange Noren of Zweden. De Finnen kunnen er
ook wat van, Duitsers zijn wat strammer, maar onze eigen mannen kunnen er ook
wel mee door.
Als
je kans ziet om achter zo’n groep militairen aan te lopen zit je gebeiteld. Het
loopritme wat zij aanhouden is namelijk vaak precies goed, en nog een groot
voordeel: ze lopen in een groep en iedereen moet dus opzij gaan. De Britten
gaan op zich ook wel goed door.
De allergrootste aanfluiting vormen de
Amerikanen. Jazeker: die stoere grote mannen met hun opgepompte biceps die in
actiefilms altijd de held zijn en de hele wereld redden. Tijdens de Vierdaagse
zijn zij diegene die gered moeten worden. Ze lopen de 2e dag al te
strompelen, laten hun maten die het niet kunnen bijbenen gewoon achter en
steunend zwoegen ze verder. Het zijn de toeschouwers en medewandelaars die ze
er vaak doorheen praten. Een Hollandse marinier vertelde me dat de Amerikanen
een hele grote mond hebben maar niet op lange dagmarsen trainen. Sportschool, fitness,
beetje hardlopen – en elk jaar gaat het weer net zo moeizaam.

Toch
wil ik die cowboys niet helemaal afvallen. Op de laatste dag was er langs de
Via Gladiola een aantal ziekenhuisbedden neergezet met daarin ernstig zieken.
Eén van hen had een bordje Massachusetts-USA aan haar voeteneind hangen. Zodra
dat Amerikaanse peloton dat in het oog kreeg, gingen ze direct met 12 man
rondom haar bed staan om even te kletsen en haar te knuffelen. Kijk, daar word
je dan toch wel even stil van.
Ook
hebben we een tijdje meegelopen met een groep hele jonge ‘militairen’, de Air
Cadets uit Engeland. Dit is een groep jongeren van 13-20 jaar die op
vrijwillige basis een vooropleiding van de Royal Air Force doen. Er worden vele
trainingskampen georganiseerd, waarbij de Vierdaagse van Nijmegen een hele
populaire is die steeds meer jongeren trekt. Puur om de uitdaging, de
saamhorigheid, de sfeer en de mensen. “It’s not Nijmegen you remember but the unexpected
help and kindness of total strangers” vertelde een jonge AirCadet die nu voor
de 2e keer meeliep.
Tot slot wil ik niet vergeten dat zonder de hulp van de Nederlandse en Duitse militairen we de Maas niet hadden kunnen oversteken. Zoals elk jaar hebben die mannen samengewerkt om de beroemde pontonbrug bij Cuyk te bouwen zodat er weer duizenden wandelaars over heen konden. Echt gaaf!
Misverstanden
Als
je op de 40km een vroege start hebt, moet
je starten tussen 05.15-06.00 uur maar mag
je ook tussen 06.15-07.00 uur starten.
Als
je een late start hebt, moet je
starten tussen 06.15-07.00 uur en mag
je niet eerder vertrekken. Tenzij je je startkaart hebt kunnen ruilen, wat
gewoon toegestaan is.
Maar
er waren heel wat mensen die het toch op hun eigen manier probeerden te regelen.
Is het een misverstand wanneer je als echtpaar het vroege kaartje stiekem aan
je echtgenoot geeft die nog in de rij van de late start staat? Je kunt het
altijd proberen natuurlijk. Probleem is natuurlijk wel dat je bij de
eindcontrole, als je de startkaart voor de volgende dag ophaalt, door de mand
valt. Je bent namelijk bij de start ook gescand via je polsbandje en dat wordt
op de Wedren nogmaals gecontroleerd. Constateert men een afwijking dan wordt je
zonder pardon gediskwalificeerd. Jammer hoor.
Er
waren zelfs 2 militairen notabene die hetzelfde probeerden: met een late
startkaart proberen door de vroege start te komen. Maar de scan-meneer was al
goed wakker en wuifde ze vriendelijk doch beslist terug naar de achterste rij
op de Wedren. Triest zoiets.
Dan nog even iets anders. Een
“camelbag” is niet het mannelijk equivalent van de “cameltoe”. In feite is het
gewoon een grote platte plastic zak waar 2 liter water/limonade in kan, met een
slangetje eraan om te drinken. Die zak doe je in je rugzak en zo hoef je geen
flesjes meer te vullen, je drinkt via het slangetje zodra je dorst krijgt.
Wij
noemden het een katheter.
Mijn
wandelmaatje Wilma had er zo een in haar rugzak en wilde daar bij een café wat
vers water bij doen. Alleen maar Extran is namelijk erg zoet en met water
aangelengd is het beter te drinken. Dus zij ging naar de bar met die zak die
voor de helft vol zat met gele sportdrank.
“Mag
ik m’n katheter even bijvullen hier?” vroeg Wilma doodleuk aan de bardame. Die
verbleekte een beetje bij het zien van die zak met gele vloeistof en het
bungelende slangetje eraan.
“Wilt
u dat eh ding echt hier leeggooien?” vroeg ze verbijsterd, “dat gaan we niet
doen natuurlijk, dat is niet zo hygiënisch!”
Nadat
uitgelegd was dat het niet was wat het leek, zag ze er gelukkig de humor wel
van in.
Afleiding
Er
komt bij iedereen het moment dat je het echt even niet meer ziet zitten.
Luchtig noemen wandelaars dat “een dipje”. Vrij vertaald betekent het echter
dat je een moord zou doen voor een stoel. Een voetmassage. Een ligbank. Maar
juist op die momenten zijn die uiteraard niet in de buurt, of alles is bezet.
En dan is daar De Toeschouwer. Onbetaalbaar zijn ze. Ze zitten in een stoel
maar springen overeind als je in het vizier bent. “Daar komt er weer eentje die
er doorheen zit, die gaan we even oppeppen!” En hoog gaan die armen, er wordt
gejuicht, ze roepen “kom op, je kan het, nog een klein stukje!”. Of ze geven je
een schouderklopje, een knuffel indien gewenst, praten even met je. Je krijgt
wat te drinken, te eten, ze lopen soms een stukje met je mee of zetten de
tuinsproeier aan zodat je lekker opfrist.
Een
andere prima manier om je eigen pijntjes te vergeten is door je aandacht op
anderen te richten. Liefst iemand die er nog wat erger aan toe is. Of gewoon
omdat het leuk is een praatje te maken met onbekenden.
Voor
je het weet zijn er 10, 15 minuten voorbij en realiseer je je, dat je al die
tijd je voeten even niet gevoeld hebt. Wat is dat toch? Psychologisch gezien
houd je eigenlijk jezelf voor de gek. Je voeten branden je zolen uit, je blaren
snijden als scheermesjes door je hielen. Maar zodra je het negeert of je
verlegt je aandacht, voel je helemaal niets meer.
Geen wonder dat er zoveel
gezongen en gekletst wordt tijdens de Vierdaagse!
Saamhorigheid
Je
lijdt met z’n allen tijdens zo’n hete dag, gedeelde smart is dubbele vreugd.
Wildvreemden bieden je hun flesje water aan als je de jouwe verloren hebt.
Gebroederlijk naast elkaar op een bankje genieten van de schaduw terwijl je
bewonderend elkaars blaren bekijkt. Hoe meer hoe beter. Je moet wel een beetje
masochistisch van aard zijn om met blaren door te lopen, anders blijf je ze
voelen. “Denk maar dat je geen voeten hebt!” was het advies van wandelmaatje
Cor. Een Hollandse marinier liep een tijdje met ons op en vertelde dat hij nog
wel zo blij was met z’n nieuwe wandelschoenen “die ik van de Koningin gekregen
heb”. En dan toch blaren – jammer hoor, gewoon doorlopen maar en die voeten
negeren.

De
toeschouwers waren zonder uitzondering allemaal bijzonder vriendelijk en
behulpzaam. Als je echt niet meer kon werd er direct een stoel vrijgemaakt voor
je en kon je eventjes zitten. Drankje erbij? Geen probleem. Een onfortuinlijke
wandelaarster struikelde over een tegel en viel vol op haar gezicht. Direct
werd ze van alle kanten geholpen, natte handdoek op haar bloedende neus, wilt u
even liggen soms, gaat het? Onze rustpost was gelukkig dichtbij en daar is ze
weer opgelapt door de EHBO.
De
zwoegende Amerikanen werden kilometers lang begeleid door mooie Hollandse dames
die ze al kletsend er weer een beetje bovenop hielpen. Want ja, je wilt je als
stoere vent toch niet laten kennen tegenover zo’n blonde schone? Hun rug werd
rechter, de passen werden groter – weg was dat meelijwekkend gestrompel. Als je
dan ook nog een knuffel van zo’n dame krijgt dan kun je er helemaal weer een
tijdje tegenaan.
Regelmatig
kon je ook een ‘free hug’ krijgen van een Vierdaagsefan. Zodra een peloton zo’n
bordje in de gaten kreeg, doken ze er met z’n allen op af en kreeg het meisje
in kwestie een hartelijke grouphug.
In
de loop van de week neemt de vermoeidheid toe en dan ook is de saamhorigheid in
een groep als die van Nooitgedacht nog
steeds behoorlijk groot. Je staat er niet alleen voor, bij de eerste
tranen ligt er al een arm om je schouders als je dat wilt. Maar soms is het ook
gewoon lekker om een stuk alleen te lopen zonder dat iemand aan je kop zeurt. Dan
moet je er even zelf doorheen en het is fijn als dat ook begrepen wordt en men
je even met rust laat.
De
beloning
Waar
doe je dit allemaal voor: de medaille, de eer, de mensen, de sfeer, kijken hoe
ver je de grenzen van je eigen kunnen weer kan overschrijden? Eigenlijk van
alles een beetje. De sfeer is gewoon vanaf dag 1 geweldig. Van de dronken
studenten die om 04.45 je al lallend succes toeschreeuwen. Tot het kleine
verlegen jongetje dat het toch aandurft om al die vreemde mensen een dropje aan
te bieden of een highfive aan een boomlange Zweedse militair te geven.
Je
gaat weer verder over je eigen grenzen dan je gedacht had, door de hoge
temperaturen en de enorme mensenmassa. Kun je daar tegen, ga je door of geef je
op? Wie sleept jou er weer doorheen of zie je zelf iemand die het zwaar heeft
en die jij dan kunt helpen? Er wordt heel wat afgelachen en gejankt tijdens zo’n
Vierdaagse, ook dit jaar heb ik het niet droog kunnen houden. Maar wat maakt
het uit, zolang je kanjers om je heen hebt waar je op terug kunt vallen. En als
je dan na ruim 160 km eindelijk die medaille in je handen hebt schiet je toch
stiekem wel even vol en denk je: “HET IS WEER GELUKT!”