maandag 22 juli 2013

Vierdaagse 2013



Het zit er weer op. Tijd voor een terugblik op de afgelopen week die vooral in het teken stond van de hitte. Herinneringen komen in flashbacks terug, dus aan de hand van steekwoorden volgt hier een samenvatting van mijn belevenissen in Nijmegen en omgeving.

Slapen


Ik kon een stretcher van vrienden lenen waarop een zelfopblaasbaar matrasje en een slaapzak kwam. Daar sliep ik bovenop, lag lekker zacht en verder alleen een laken. Het was nl. vrij warm in de bovenste zaal van Wijkcentrum Hatert waar wij gestationeerd waren.

De eerste nacht kwam er van slapen echter toch niet zoveel terecht, omdat een andere wandelgroep tot ver na middernacht aan het keten was. Leuk, als je zelf om 03.30 uur op moet. Iedereen kwam dus ’s ochtends op de 1e dag vrij brak z’n bed uit. Je vraagt je echt af wat je in hemelsnaam op dat tijdstip in een ontbijtzaal doet. Maar goed, ik heb braaf m’n drinkontbijt opgedronken, kopje thee en een beschuitje erbij. Lunchpakketje gemaakt, daarna gapend op de fiets en een half uur rijden naar de start. Ik kan je wel vertellen: op dag 4 weet je niet beter, maar ben je ook blij dat het de laatste keer is!

Eten

Onmisbaar. Al kon ik ’s ochtends maar matig ontbijten, binnen een uur zat er daarna alweer een banaan in en vervolgens ongeveer elke 1,5 uur een boterham, fruit, koek, komkommer, aardbeien…. noem maar op. Ik heb gegeten als een dijkwerker, ook ’s avonds – met dank aan de geweldige keukenploeg die elke avond voor een gevarieerd menu zorgde, klasse!

Op de informatieborden die regelmatig langs de route stonden, werd ook geadviseerd op tijd en genoeg te drinken en eten. Als je nl. al dorst of honger hebt, ben je te laat. Dan wordt je niet lekker, licht in je hoofd, duizelig. Het duurt ongeveer 10-15 minuten voor je hersens doorkrijgen dat je iets gegeten/gedronken hebt en je dus verzadigd bent. We hebben er heel wat onderuit zien gaan deze week, het Rode Kruis heeft het behoorlijk druk gehad.

Ook dit jaar waren er honderden mensen, jong en oud, die met bakjes komkommer langs de weg stonden. Of zoute drop, stengels, koekjes, meloenstukjes, kaas, Dextro enz. enz.
Ik heb een dame gezien die ook Marsen e.d. aanbood, vraag me af of dat de hitte overleeft heeft.

Water


Onmisbaar. Drinken tot het je neus uit komt, het liefst minimaal 2,5 liter. Dat lijkt heel veel maar daar zit je zo aan, omdat je de hele dag door steeds kleine beetjes drinkt. En niet alleen water maar ook andere niet-alcoholische drankjes. Thee, cola, sportdrankjes (alhoewel ik daar alleen maar meer dorst van kreeg), koffie, soep, bouillon….kortom, drink zoveel als je kunt.
En was je flesje leeg dan kon je het zo weer bijvullen bij een van de vele waterpunten die het Nijmeegse waterleidingsbedrijf had geregeld. Of gewoon via de tuinslang van bewoners langs de kant. Kun je gelijk je petje door een teiltje water halen om die dan zeiknat weer op je verhitte hoofd te zetten – heerlijk!


Je kon op de Wedren ook wel een soort veredelde vaatdoekjes voor 5 euro kopen die dan de hele dag koel bleven. Maar ik ben een echte Hollandse; waarom geld uitgeven als je ook een ouwe theedoek nat kunt maken, die ligt ook prima koel om je nek hoor.

Water werd ook via sproeiers over de langs marcherende wandelaars gespoten – heerlijk was dat. Het natspuiten met behulp van waterpistolen werd grotendeels aan de kinderen overgelaten – die hadden de grootste lol natuurlijk. Nog spannender werd het toen het korps Politie ZHZ langs liep. Leuk, agentjes natspuiten! Maar onverwachts sprong een van die uniformen uit het gelid, richtte zijn meegesmokkelde waterkanon brullend op de kinderen en ging zo een watergevecht aan. Ik weet niet wat ik leuker vond: die agent die even helemaal uit z’n dak ging of het verraste gezicht van die kinderen dat ze opeens “aangevallen” werden door de politie.

Hulpverleners


Wat hebben zij het druk gehad deze Vierdaagse!  Enorm veel blaren moesten er doorgeprikt en behandeld worden. Vorig jaar kreeg je blaren doordat je sokken nat geregend waren. Nu liep je letterlijk in je eigen zweet te soppen vanwege de hitte. Ik kan me zo voorstellen dat er tientallen meters pleister doorheen gegaan zijn. Ook waren er veel mensen bevangen door de hitte. Achteraf bleek dan vaak dat het niet kwam omdat men te weinig gedronken had, integendeel. Eerder omdat die mensen geen trek in eten hadden en dus amper wat hadden gegeten. Er zat bijvoorbeeld op de Wedren aan het eind van de dag een mevrouw naast me die zich steeds beroerder ging voelen. Een EHBO-er vroeg haar wat ze allemaal op had die dag.
“Wel 2 liter water hoor!”
“Ja? En wat heeft u gegeten?”
“Een appelflap”.
Van horen zeggen is zij later toch eventjes afgevoerd naar het ziekenhuis om wat op krachten te komen. Gek hè.

Wij hadden als lid van de WSV Nooitgedacht het voorrecht om gebruik te mogen maken van onze eigen EHBO ploeg. ’s Avonds na het eten was er een paar uur voor ons vrijgemaakt om eventuele blaren te laten behandelen. Een ander deel van de EHBO-ers gingen naar van tevoren bepaalde locaties om overige leden/wandelaars te helpen. Dat was echt super, want als je als individuele wandelaar naar de Eerste Hulp post in het ziekenhuis moest dan was de wachttijd langer dan 2 uur. Daar zit je echt niet op te wachten na zo’n lange dag!

De EHBO-ers hadden hun eigen tent bij de rustposten van SWS Dordrecht. Dat was wel handig, kon je onder het genot van een verkoelend drankje die zweetsokken uit doen en tegelijkertijd je blaren laten prikken. Ze hebben een hoop werk gehad en het was super dat ze 5 dagen van hun vrije tijd opofferden om een stel malloten te helpen die persé 160 km wilden lopen, bedankt!


Militairen

Er gaat niets boven een peloton lekkere lange Noren of Zweden. De Finnen kunnen er ook wat van, Duitsers zijn wat strammer, maar onze eigen mannen kunnen er ook wel mee door.

Als je kans ziet om achter zo’n groep militairen aan te lopen zit je gebeiteld. Het loopritme wat zij aanhouden is namelijk vaak precies goed, en nog een groot voordeel: ze lopen in een groep en iedereen moet dus opzij gaan. De Britten gaan op zich ook wel goed door. 

De allergrootste aanfluiting vormen de Amerikanen. Jazeker: die stoere grote mannen met hun opgepompte biceps die in actiefilms altijd de held zijn en de hele wereld redden. Tijdens de Vierdaagse zijn zij diegene die gered moeten worden. Ze lopen de 2e dag al te strompelen, laten hun maten die het niet kunnen bijbenen gewoon achter en steunend zwoegen ze verder. Het zijn de toeschouwers en medewandelaars die ze er vaak doorheen praten. Een Hollandse marinier vertelde me dat de Amerikanen een hele grote mond hebben maar niet op lange dagmarsen trainen. Sportschool, fitness, beetje hardlopen – en elk jaar gaat het weer net zo moeizaam.


Toch wil ik die cowboys niet helemaal afvallen. Op de laatste dag was er langs de Via Gladiola een aantal ziekenhuisbedden neergezet met daarin ernstig zieken. Eén van hen had een bordje Massachusetts-USA aan haar voeteneind hangen. Zodra dat Amerikaanse peloton dat in het oog kreeg, gingen ze direct met 12 man rondom haar bed staan om even te kletsen en haar te knuffelen. Kijk, daar word je dan toch wel even stil van.

Ook hebben we een tijdje meegelopen met een groep hele jonge ‘militairen’, de Air Cadets uit Engeland. Dit is een groep jongeren van 13-20 jaar die op vrijwillige basis een vooropleiding van de Royal Air Force doen. Er worden vele trainingskampen georganiseerd, waarbij de Vierdaagse van Nijmegen een hele populaire is die steeds meer jongeren trekt. Puur om de uitdaging, de saamhorigheid, de sfeer en de mensen. “It’s not Nijmegen you remember but the unexpected help and kindness of total strangers” vertelde een jonge AirCadet die nu voor de 2e keer meeliep. 

Tot slot wil ik niet vergeten dat zonder de hulp van de Nederlandse en Duitse militairen we de Maas niet hadden kunnen oversteken. Zoals elk jaar hebben die mannen samengewerkt om de beroemde pontonbrug bij Cuyk te bouwen zodat er weer duizenden wandelaars over heen konden. Echt gaaf!


Misverstanden

Als je op de 40km een vroege start hebt, moet je starten tussen 05.15-06.00 uur maar mag je ook tussen 06.15-07.00 uur starten.
Als je een late start hebt, moet je starten tussen 06.15-07.00 uur en mag je niet eerder vertrekken. Tenzij je je startkaart hebt kunnen ruilen, wat gewoon toegestaan is.
 
Maar er waren heel wat mensen die het toch op hun eigen manier probeerden te regelen. Is het een misverstand wanneer je als echtpaar het vroege kaartje stiekem aan je echtgenoot geeft die nog in de rij van de late start staat? Je kunt het altijd proberen natuurlijk. Probleem is natuurlijk wel dat je bij de eindcontrole, als je de startkaart voor de volgende dag ophaalt, door de mand valt. Je bent namelijk bij de start ook gescand via je polsbandje en dat wordt op de Wedren nogmaals gecontroleerd. Constateert men een afwijking dan wordt je zonder pardon gediskwalificeerd. Jammer hoor.
Er waren zelfs 2 militairen notabene die hetzelfde probeerden: met een late startkaart proberen door de vroege start te komen. Maar de scan-meneer was al goed wakker en wuifde ze vriendelijk doch beslist terug naar de achterste rij op de Wedren. Triest zoiets.

Dan nog even iets anders. Een “camelbag” is niet het mannelijk equivalent van de “cameltoe”. In feite is het gewoon een grote platte plastic zak waar 2 liter water/limonade in kan, met een slangetje eraan om te drinken. Die zak doe je in je rugzak en zo hoef je geen flesjes meer te vullen, je drinkt via het slangetje zodra je dorst krijgt.

Wij noemden het een katheter.
Mijn wandelmaatje Wilma had er zo een in haar rugzak en wilde daar bij een café wat vers water bij doen. Alleen maar Extran is namelijk erg zoet en met water aangelengd is het beter te drinken. Dus zij ging naar de bar met die zak die voor de helft vol zat met gele sportdrank.
“Mag ik m’n katheter even bijvullen hier?” vroeg Wilma doodleuk aan de bardame. Die verbleekte een beetje bij het zien van die zak met gele vloeistof en het bungelende slangetje eraan.
“Wilt u dat eh ding echt hier leeggooien?” vroeg ze verbijsterd, “dat gaan we niet doen natuurlijk, dat is niet zo hygiënisch!”
Nadat uitgelegd was dat het niet was wat het leek, zag ze er gelukkig de humor wel van in.

Afleiding


Er komt bij iedereen het moment dat je het echt even niet meer ziet zitten. Luchtig noemen wandelaars dat “een dipje”. Vrij vertaald betekent het echter dat je een moord zou doen voor een stoel. Een voetmassage. Een ligbank. Maar juist op die momenten zijn die uiteraard niet in de buurt, of alles is bezet. En dan is daar De Toeschouwer. Onbetaalbaar zijn ze. Ze zitten in een stoel maar springen overeind als je in het vizier bent. “Daar komt er weer eentje die er doorheen zit, die gaan we even oppeppen!” En hoog gaan die armen, er wordt gejuicht, ze roepen “kom op, je kan het, nog een klein stukje!”. Of ze geven je een schouderklopje, een knuffel indien gewenst, praten even met je. Je krijgt wat te drinken, te eten, ze lopen soms een stukje met je mee of zetten de tuinsproeier aan zodat je lekker opfrist.

Een andere prima manier om je eigen pijntjes te vergeten is door je aandacht op anderen te richten. Liefst iemand die er nog wat erger aan toe is. Of gewoon omdat het leuk is een praatje te maken met onbekenden.
Voor je het weet zijn er 10, 15 minuten voorbij en realiseer je je, dat je al die tijd je voeten even niet gevoeld hebt. Wat is dat toch? Psychologisch gezien houd je eigenlijk jezelf voor de gek. Je voeten branden je zolen uit, je blaren snijden als scheermesjes door je hielen. Maar zodra je het negeert of je verlegt je aandacht, voel je helemaal niets meer.
Geen wonder dat er zoveel gezongen en gekletst wordt tijdens de Vierdaagse!

Saamhorigheid

Je lijdt met z’n allen tijdens zo’n hete dag, gedeelde smart is dubbele vreugd. Wildvreemden bieden je hun flesje water aan als je de jouwe verloren hebt. Gebroederlijk naast elkaar op een bankje genieten van de schaduw terwijl je bewonderend elkaars blaren bekijkt. Hoe meer hoe beter. Je moet wel een beetje masochistisch van aard zijn om met blaren door te lopen, anders blijf je ze voelen. “Denk maar dat je geen voeten hebt!” was het advies van wandelmaatje Cor. Een Hollandse marinier liep een tijdje met ons op en vertelde dat hij nog wel zo blij was met z’n nieuwe wandelschoenen “die ik van de Koningin gekregen heb”. En dan toch blaren – jammer hoor, gewoon doorlopen maar en die voeten negeren.


De toeschouwers waren zonder uitzondering allemaal bijzonder vriendelijk en behulpzaam. Als je echt niet meer kon werd er direct een stoel vrijgemaakt voor je en kon je eventjes zitten. Drankje erbij? Geen probleem. Een onfortuinlijke wandelaarster struikelde over een tegel en viel vol op haar gezicht. Direct werd ze van alle kanten geholpen, natte handdoek op haar bloedende neus, wilt u even liggen soms, gaat het? Onze rustpost was gelukkig dichtbij en daar is ze weer opgelapt door de EHBO.

De zwoegende Amerikanen werden kilometers lang begeleid door mooie Hollandse dames die ze al kletsend er weer een beetje bovenop hielpen. Want ja, je wilt je als stoere vent toch niet laten kennen tegenover zo’n blonde schone? Hun rug werd rechter, de passen werden groter – weg was dat meelijwekkend gestrompel. Als je dan ook nog een knuffel van zo’n dame krijgt dan kun je er helemaal weer een tijdje tegenaan.

Regelmatig kon je ook een ‘free hug’ krijgen van een Vierdaagsefan. Zodra een peloton zo’n bordje in de gaten kreeg, doken ze er met z’n allen op af en kreeg het meisje in kwestie een hartelijke grouphug.


In de loop van de week neemt de vermoeidheid toe en dan ook is de saamhorigheid in een groep als die van Nooitgedacht nog  steeds behoorlijk groot. Je staat er niet alleen voor, bij de eerste tranen ligt er al een arm om je schouders als je dat wilt. Maar soms is het ook gewoon lekker om een stuk alleen te lopen zonder dat iemand aan je kop zeurt. Dan moet je er even zelf doorheen en het is fijn als dat ook begrepen wordt en men je even met rust laat.

De beloning

Waar doe je dit allemaal voor: de medaille, de eer, de mensen, de sfeer, kijken hoe ver je de grenzen van je eigen kunnen weer kan overschrijden? Eigenlijk van alles een beetje. De sfeer is gewoon vanaf dag 1 geweldig. Van de dronken studenten die om 04.45 je al lallend succes toeschreeuwen. Tot het kleine verlegen jongetje dat het toch aandurft om al die vreemde mensen een dropje aan te bieden of een highfive aan een boomlange Zweedse militair te geven.
Je gaat weer verder over je eigen grenzen dan je gedacht had, door de hoge temperaturen en de enorme mensenmassa. Kun je daar tegen, ga je door of geef je op? Wie sleept jou er weer doorheen of zie je zelf iemand die het zwaar heeft en die jij dan kunt helpen? Er wordt heel wat afgelachen en gejankt tijdens zo’n Vierdaagse, ook dit jaar heb ik het niet droog kunnen houden. Maar wat maakt het uit, zolang je kanjers om je heen hebt waar je op terug kunt vallen. En als je dan na ruim 160 km eindelijk die medaille in je handen hebt schiet je toch stiekem wel even vol en denk je: “HET IS WEER GELUKT!”






2 opmerkingen:

  1. Geweldig verslag, en ik ben jaloers! Volgend jaar weer?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je Jennn, maar ik zeg nog geen ja!

    BeantwoordenVerwijderen